Trouw, 04-06-11, Niet acht of vier publieke omroepen maar één in 2020

‘Hilversum’ is een dure bureaucratie die al jaren niet meer representatief is voor de bevolking. Begin met omvormen van de radio. – Ruud Hendriks

De bestuurders van het landelijke publieke omroepbestel zijn het er eindelijk over eens: het aantal omroepen moet minder. In 2015, zo schreef men staatsecretaris Bijsterveld, moeten er nog maar acht over zijn (Trouw, 19 mei). KRO-directeur Koen Becking wil zelfs naar vier toe.

Ik zal op deze plek geen kritiek uitoefenen op omroepbestuurders die pas nu tot deze conclusie komen. Van een directeur mag verwacht worden dat die de belangen van z’n organisatie verdedigt in plaats van die opheft. Maar het blijft jammer dat Hilversum pas onder druk van de bezuinigingsplannen van het kabinet Rutte in aktie is gekomen. Nog deze week haalde VPRO-directeur Lennart Van der Meulen onderzoekbureau BCG aan dat stelt dat Hilversum helemaal niet zo ineffeciënt is. Onzin natuurlijk, want een kind kan bedenken dat 21 omroepen nou eenmaal meer directeuren en overhead hebben dan één. En de noodzaak van omroeporkesten en koor ontgaat elke objectieve waarnemer totaal.

Dat het decennia geleden nog bejubelde ‘unieke’ Nederlandse omroepbestel z’n langste tijd gehad heeft, is duidelijk. Het zucht onder heftige concurrentie van zeven grote en vele kleine commerciele stations die veel efficienter en sneller kunnen schakelen dan de logge bureaucratie in Hilversum. Bovendien is het publiek bestel al vele jaren niet meer representatief voor de bevolking. Zo worden de 1.2 miljoen moslims in ons land niet of nauwelijks vertegenwoordigd en nog immer zitten er vooral grijze blanke heren op het pluche in plaats van ook vrouwen. en jongeren.

Nu Hilversum eindelijk het licht eindelijk lijkt te zien is het hoog tijd vanuit kijkers en luisteraars te gaan denken. Dat betekent niet de commerciele omroepen nadoen die ons alleen maar hapklare brokken voorschotelen. Maar drie televisienetten en zes radiozenders goed en aanvullend programmeren zonder dat de zuilen daar nog hun eigen identiteit op kwijt moeten.

Linksom of rechtsom, vroeger of later zullen de acht of vier overblijvende omroepen tot één organisatie worden omgesmeed. Het is onvermijdelijk dat ten koste gaat van budget en werkgelegenheid en gepaard gaat met – begrijpelijke – emotie.

Mediaminister Marja van Bijsterveld had afgelopen december al aangegeven uiterlijk in 2016 naar acht ‘erkenningen’ te willen. Op 17 juni spreekt ze met de Tweede Kamer over de toekomst van het publiek bestel. Van 21 omroepen naar acht lijkt een grote stap. Maar laten we niet vergeten dat vijf jaar in de huidige mediawereld heel erg lang is. Technische ontwikkelingen gaan ontzettend snel en wetgevers rennen er voordurend achteraan. Dus is het verstandig dat de politiek nu alvast de ruimte schept voor de vorming van een sterke Nationale Media Stichting (NMS). Let wel, mediastichting in plaats van omroepstichting. Anno 2011 moet een omroep behalve in de ether ook op internet en via de sociale media actief zijn.

Zo’n organisatie zou een duidelijke taakomschrijving mee moeten krijgen. Met herkenbare netten en radiozenders die waardevolle elementen uit het huidige bestel behouden: verslaggeving van evenementen van nationaal belang, cultuur, programma’s voor minderheden etcetera. De zendtijd voor politieke partijen mag onmiddelijk verdwijnen en commerciële omroepen kunnen de Champions League even goed verslaan.

Begin waar dat het gemakkelijkst is: bij de radio. Koppel Radio 3 en 4, twee mooie aanvullend geprogrammeerde muziekzenders, al volgend jaar los van de zuilen en geef ze één centrale organisatie. Luisteraars hiernaar zitten niet of nauwelijks meer te wachten op identiteitsgebonden programma’s. Als het goed gaat, kunnen Radio 2 en 6 in 2013 volgen. Daarna resten nog Radio 1 en Radio 5. In 2014 zijn er zes herkenbare publieke radiostations. De huidige omroepen kunnen vervolgens worden omgevormd tot televisieproducenten die nog enkele jaren een percentage van de programmering aan de enige overgebleven zendgemachtigde – de NMS – mogen leveren.

In 2020 hebben we dan in de NMS een echte onafhankelijke publieke mediaorganisatie. Met een beetje geluk is die zo efficiënt dat we dan eindelijk verlost zijn van de reclame op de publieke zenders. Pas dan – bijna 100 jaar na de start in 1923 van de Hilversumse Draadlooze Omroep (de commerciële voorganger van de latere AVRO) – zijn de publieke media in Nederland echt publiek.

Advertenties
%d bloggers liken dit: